ECLI:NL:HR:2020:1947
Hoge Raad
- Cassatie
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake persoonsgebonden aftrek na correctie partner
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2015 waarin een bedrag van €4.320 aan persoonsgebonden aftrek niet werd toegelaten. Dit bedrag betrof het aan belanghebbende toegerekende deel van de persoonsgebonden aftrek van zijn echtgenoot na een correctie bij die partner over het voorgaande jaar.
Het Hof Den Haag oordeelde dat deze persoonsgebonden aftrek in 2015 niet in aftrek kon worden genomen, omdat de echtgenoot per 31 december 2014 geen nog in aanmerking te nemen persoonsgebonden aftrek meer had. Dit oordeel was gebaseerd op een eerdere uitspraak van hetzelfde Hof in een gerelateerde zaak.
De Hoge Raad vernietigt deze uitspraak omdat de eerdere uitspraak van het Hof in de gerelateerde zaak door de Hoge Raad zelf is vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof. Hierdoor ontbreekt de grondslag voor het oordeel van het Hof Den Haag. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en moet belanghebbende het griffierecht vergoeden. De kosten van het geding voor het Hof, de Rechtbank en de bezwaarprocedure worden door het verwijzingshof beoordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Den Haag wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.