ECLI:NL:HR:2020:1944

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2020
Publicatiedatum
3 december 2020
Zaaknummer
19/05823
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:265 lid 1 BW
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens tekortkoming huurder

In deze zaak stond de vraag centraal of de tekortkoming van de huurder zwaar genoeg was om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. De procedure begon met een kort geding en vervolgde via het gerechtshof Amsterdam, dat het verzoek tot ontbinding afwees. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de huurder verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

De Hoge Raad heeft de klachten van de huurder over het oordeel van het hof beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad veroordeelde de eiser tevens in de proceskosten van het cassatiegeding. Hiermee is het standpunt van Eigen Haard bevestigd dat de tekortkoming van de huurder onvoldoende was voor ontbinding van de huurovereenkomst.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurder wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/05823
Datum4 december 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Eigen Haard,
advocaat: J.P. Heering.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/641880 / KG ZA 18-55 FB/JvS van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 13 februari 2018, 26 februari 2018 en 25 oktober 2018;
het arrest in de zaak 200.250.228/01 KG van het gerechtshof Amsterdam van 29 oktober 2019;
zijn tussenarrest in deze zaak van 24 april 2020 [1] .
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Eigen Haard heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Eigen Haard begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
4 december 2020.