ECLI:NL:HR:2020:1823
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitaal indienen
Belanghebbenden hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland. Het beroep werd ingediend via een brief en niet via het verplichte digitale webportaal van de Hoge Raad, terwijl de uitspraak waarop het beroep betrekking had na 15 april 2020 was bekendgemaakt. De Hoge Raad stelde vast dat volgens artikel 1 van Pro het Koninklijk besluit van 6 maart 2019 beroepsmatig optredende rechtsbijstandverleners verplicht zijn digitaal te procederen in bestuursrechtelijke cassatieprocedures.
De griffier van de Hoge Raad verzocht belanghebbenden het beroep alsnog digitaal in te dienen binnen zes weken. Het via het webportaal ingediende bericht kwam echter te laat binnen en werd buiten beschouwing gelaten. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 20 november 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van de digitale indieningsplicht.