ECLI:NL:HR:2020:1820
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht in forensenbelastingzaak
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van eiser [X] tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een aanslag in de forensenbelasting van de gemeente Ommen behandeld.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroep in cassatie meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen een gestelde termijn. De eerste aangetekende brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna een gewone brief naar het geverifieerde adres werd gestuurd. Ondanks deze inspanningen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
Vervolgens is de indiener nogmaals schriftelijk in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor de niet-tijdige betaling, maar ook deze brief werd onbestelbaar teruggezonden en er is geen reactie ontvangen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en restitueert het griffierecht dat buiten de termijn is betaald. Het arrest is uitgesproken door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 20 november 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.