ECLI:NL:HR:2020:1820

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 november 2020
Publicatiedatum
17 november 2020
Zaaknummer
20/01101
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht in forensenbelastingzaak

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van eiser [X] tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een aanslag in de forensenbelasting van de gemeente Ommen behandeld.

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroep in cassatie meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen een gestelde termijn. De eerste aangetekende brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna een gewone brief naar het geverifieerde adres werd gestuurd. Ondanks deze inspanningen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.

Vervolgens is de indiener nogmaals schriftelijk in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor de niet-tijdige betaling, maar ook deze brief werd onbestelbaar teruggezonden en er is geen reactie ontvangen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en restitueert het griffierecht dat buiten de termijn is betaald. Het arrest is uitgesproken door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 20 november 2020.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/01101
Datum20 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie ingesteld door [X] te [Z] naar aanleiding van de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 februari 2020, nr. 18/00550 betreffende een aanslag in de forensenbelasting van de gemeente Ommen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroep in cassatie bij aangetekende brief van 23 mei 2020 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van de indiener van het beroep in cassatie. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroep in cassatie bij aangetekende brief van 6 juli 2020 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is eveneens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van de indiener van het beroep in cassatie. De indiener van het beroep in cassatie heeft niet gereageerd.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020.
Het door de indiener van het beroep in cassatie buiten de daartoe gestelde termijn als griffierecht betaalde bedrag van € 131 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan die indiener teruggegeven.