Uitspraak
gevestigd te Utrecht,
gevestigd te Zug, Zwitserland,
2.Uitgangspunten en feiten
crash-restartvan de ovens uit te voeren. Voor de te geven beslissingen acht het hof deze nuances niet relevant. Partijen gaan er overigens van uit dat een
crash-restartin wezen niet meer mogelijk was vanwege de daaraan verbonden hoge kosten, de aanmerkelijke kans dat de ovens daardoor beschadigd zouden raken en het ontbreken van de daarvoor vereiste vergunningen. Niet in geschil is dat het aluminium nadat het proces van stolling geheel was voltooid alleen met hak- en breekwerk uit de ovens kon worden verwijderd.
going concernte verkopen. NB c.s. voeren ter onderbouwing van deze stelling aan dat een koper na de aankoop van de fabriek in alle rust het aluminium uit de ovens had kunnen verwijderen en de ovens vervolgens kon repareren om deze daarna weer te kunnen gebruiken (…).
3.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
Verbondenheid als bedoeld in art. 3:4 lid 2 BW Pro?
4.Beslissing
in het principale beroep voorts:
in het incidentele beroep voorts:
13 november 2020.