Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het vijfde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
4.Beslissing
10 november 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor meerdere ernstige strafbare feiten, waaronder het onttrekken van een minderjarig meisje aan het wettig gezag, poging tot zware mishandeling, wederrechtelijke vrijheidsberoving en het voorbereiden en trainen voor terroristische misdrijven. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld en onder meer een schadevergoedingsmaatregel opgelegd waarbij vervangende hechtenis werd toegepast bij niet-betaling.
De verdachte stelde in cassatie verschillende klachten in, onder meer over de kwalificatie van feiten, bewijsvoering en het gebruik van vervangende hechtenis. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de inhoudelijke strafzaak niet tot vernietiging konden leiden en hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren.
Wel werd het cassatiemiddel dat betrekking had op de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel gegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde dat deel van het arrest en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vernietigd; gijzeling van gelijke duur toegestaan.