Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Wassenaar,
2.Beantwoording van de prejudiciële vragen
het medezeggenschapsorgaan, HR] vastgestelde, dagen vakantieverlof met behoud van bezoldiging;
3.Beslissing
6 november 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft de vraag of bepalingen in de cao voor het voortgezet onderwijs die het zwangerschaps- en bevallingsverlof niet compenseren wanneer dit samenvalt met vakantieverlof buiten de zomervakantie, in strijd zijn met het discriminatieverbod op grond van geslacht. Werkneemster, werkzaam als docent, had negen vakantiedagen tijdens haar zwangerschapsverlof die niet werden gecompenseerd door haar werkgever, het Rijnlands Lyceum.
De Hoge Raad beantwoordde prejudiciële vragen over de uitleg van de cao-bepalingen en de toepassing van nationale en Europese wetgeving, waaronder de Arbeidstijdenrichtlijn, de Gelijkebehandelingsrichtlijn en de Zwangerschapsrichtlijn. De Hoge Raad bevestigde dat het niet compenseren van deze vakantiedagen leidt tot direct onderscheid op grond van geslacht en dat dit onderscheid niet valt onder de uitzondering voor bescherming van vrouwen in verband met zwangerschap.
Verder werd het Gómez-arrest van het HvJEU besproken, waarin is vastgesteld dat een werkneemster haar jaarlijkse vakantie in een andere periode moet kunnen opnemen dan tijdens haar zwangerschapsverlof. De Hoge Raad oordeelde dat de cao-bepalingen in strijd zijn met het discriminatieverbod en daarom nietig zijn. Ook werd geoordeeld dat het niet uitmaakt of de cao een recht op een bepaald aantal vakantiedagen toekent of slechts regelt wanneer het wettelijke minimum moet worden opgenomen.
Ten slotte werd vastgesteld dat compensatie van vakantieverlof met zwangerschapsverlof niet is toegestaan op grond van art. 7:636 BW Pro en art. 3:4 Wazo Pro, tenzij het gaat om bovenwettelijke vakantiedagen. De Hoge Raad legde de kosten van de procedure gelijkelijk bij partijen.
Deze beslissing verduidelijkt de bescherming van vrouwelijke werknemers tegen discriminatie in het kader van vakantie- en zwangerschapsverlof binnen het Nederlandse arbeidsrecht.
Uitkomst: De cao-bepalingen die samenloop van vakantieverlof met zwangerschapsverlof buiten de zomervakantie niet compenseren zijn nietig wegens strijd met het discriminatieverbod.