Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
27 oktober 2020.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld in een zaak betreffende profijtontneming wegens medeplegen van oplichting en deelname aan een criminele organisatie. Tegen dit vonnis stelde betrokkene cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Namens betrokkene dienden advocaten een schriftuur in ter onderbouwing van het beroep.
De advocaat-generaal bracht een conclusie uit waarin werd voorgesteld het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Daarom maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 27 oktober 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.