ECLI:NL:HR:2020:1657
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2019. Dit arrest betrof een geschil over de door belanghebbende betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De Staatssecretaris van Financiën had tegen het vonnis van de Rechtbank Gelderland hoger beroep ingesteld, terwijl belanghebbende incidenteel hoger beroep voerde.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand, waarmee de belastingheffing op de door belanghebbende gebruikte personenauto’s en motorrijwielen definitief is vastgesteld.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad, M.E. van Hilten, en de raadsheren E.N. Punt en P.M.F. van Loon, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski op 23 oktober 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.