ECLI:NL:HR:2020:1481

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2020
Publicatiedatum
22 september 2020
Zaaknummer
20/01303
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam en de Rechtbank Noord-Holland inzake belastingaanslagen over de jaren 2015 en 2016. De Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Hoewel de brief is ontvangen, is het griffierecht niet voldaan.

Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw aangeschreven om op te geven waarom het griffierecht niet tijdig is betaald, maar belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2020.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/01303
Datum25 september 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 18 februari 2020, nrs. 19/00057 en 19/00058 op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 18/2340 en 18/2150), betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2016 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, alsmede voor de jaren 2015 en 2016 opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 21 juni 2020 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 23 juli 2020 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2020.