ECLI:NL:HR:2020:1438
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de voorzieningenrechter van die raad met betrekking tot een verzoek om herziening en hoger beroep in een belasting- en bestuursrechtelijke zaak.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie en stelt vast dat ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie alleen beroep in cassatie mogelijk is tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er bestaat geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep of diens voorzieningenrechter in deze context.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.