ECLI:NL:HR:2020:1418

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2020
Publicatiedatum
13 september 2020
Zaaknummer
20/01684
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:36a AwbBesluit van 6 maart 2019, Staatsblad 2020, 99
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-digitaal indienen door beroepsmatig rechtsbijstandverlener

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener namens een belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep was per fax ingediend, terwijl volgens het Besluit van 6 maart 2019 digitaal procederen verplicht is voor cassatieberoepen tegen uitspraken die op of na 15 april 2020 zijn bekendgemaakt.

De Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift verzocht het beroep alsnog digitaal in te dienen via het webportaal, maar hieraan is geen gevolg gegeven. Op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb is het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.

De zaak betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2015 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.

Het arrest is op 18 september 2020 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet digitaal indienen door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/01684
Datum18 september 2020
ARREST
op het door [A] te [R] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2020, nr. 19/00423 op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 18/2908), betreffende een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2015 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroep in cassatie is blijkens het beroepschrift door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener ingesteld namens [X] te [Z] en op 28 mei 2020 per fax door de Hoge Raad ontvangen.
Artikel 1 van Pro het Besluit van 6 maart 2019, Staatsblad 2020, 99 (Inwerkingtredingsbesluit digitaal procederen in bestuursrechtelijke cassatieprocedures) brengt mee dat een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener verplicht is digitaal te procederen in die gevallen waarin het beroep in cassatie is gericht tegen een uitspraak die op of na 15 april 2020 is bekend gemaakt. Dat is in deze zaak het geval zodat het beroep in cassatie via het webportaal van de Hoge Raad had moeten worden ingediend.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift daarom verzocht binnen twee weken het beroepschrift in cassatie via het webportaal van de Hoge Raad in te dienen. Dat verzoek is bij aangetekende brief van 23 juni 2020 aan de indiener van het beroepschrift verzonden. Volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is die brief afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. De indiener van het beroepschrift heeft geen gevolg gegeven aan dat verzoek.
Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 8:36a, lid 5, Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2020.