ECLI:NL:HR:2020:1278
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting 2008
Belanghebbende, een vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2008, inclusief een beschikking inzake heffingsrente. Na eerdere procedures, waaronder een arrest van de Hoge Raad in 2018 dat leidde tot verwijzing naar het Gerechtshof Den Haag, stelde belanghebbende opnieuw beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof van 18 oktober 2019.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld maar geoordeeld dat dit niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Den Haag ongewijzigd in stand, waarmee de naheffingsaanslag en de heffingsrente voor het jaar 2008 definitief zijn bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.