Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2020:1232

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2020
Publicatiedatum
6 juli 2020
Zaaknummer
19/01134
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken cassatiemiddelen

In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Ondanks het instellen van het beroep zijn door de advocaat van de verdachte geen cassatiemiddelen ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn. De advocaat-generaal heeft daarom geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De Hoge Raad heeft vervolgens beoordeeld of het beroep ontvankelijk was. Op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering is vereist dat binnen de wettelijke termijn een schriftuur met cassatiemiddelen wordt ingediend. Deze verplichting is niet nagekomen, waardoor het beroep niet in behandeling kan worden genomen.

De Hoge Raad heeft daarom het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof Amsterdam gehandhaafd. Deze beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 7 juli 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01134
Datum7 juli 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 februari 2019, nummer 23/000566-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juli 2020.