ECLI:NL:HR:2020:1193
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake verzet tegen een eerdere uitspraak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Ondanks ontvangst van deze brief is het griffierecht niet betaald.
Hierop heeft de griffier belanghebbende nogmaals de gelegenheid gegeven om te reageren op het niet tijdig betalen van het griffierecht. De door belanghebbende aangevoerde redenen voor het niet voldoen van het griffierecht werden niet als voldoende geacht om het verzuim te rechtvaardigen.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken op 3 juli 2020 door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.