ECLI:NL:HR:2020:1179
Hoge Raad
- Cassatie
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting 2011
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 december 2018, waarin het hoger beroep was behandeld over een aanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2011. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer tegen het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de gronden van dit oordeel nader te motiveren, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsuniformiteit opriep, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 3 juli 2020 in het openbaar uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van P.M.F. van Loon.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.