ECLI:NL:HR:2020:1041

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2020
Publicatiedatum
11 juni 2020
Zaaknummer
19/00933
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof inzake schadevergoeding uit onrechtmatige daad en voordeelverrekening

In deze zaak heeft de curator in het faillissement van een vennootschap cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betreft de toekenning van schadevergoeding wegens een onrechtmatige daad en de toepassing van voordeelverrekening.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en arresten van het hof, die de feiten en het geschil nader toelichten. Na beoordeling van de klachten over het hofarrest oordeelt de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig, omdat de klachten geen vragen oproepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep wordt verworpen en de curator wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de wederpartij nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/00933
Datum12 juni 2020
ARREST
In de zaak van
Gerard Willem BREUKER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement
van [A] B.V.,
kantoorhoudende te Groningen,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.I. Kraaipoel,
tegen
[verweerder],
wonende te Bruntinge,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/18/161642 / HA ZA 15-238 van de rechtbank Noord-Nederland van 17 februari 2016 en 1 juni 2016;
de arresten in de zaak 200.197.299/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 maart 2018 en 20 november 2018.
De curator heeft tegen het arrest van het hof van 20 november 2018 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer G. Snijders als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
12 juni 2020.