ECLI:NL:HR:2019:896

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2019
Publicatiedatum
7 juni 2019
Zaaknummer
17/04528
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3.C Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep medeplegen opzettelijke overtreding Opiumwet

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van een opzettelijke overtreding van artikel 3.C van de Opiumwet, waarbij 1040 gram hasjiesj in zijn woning werd aangetroffen. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, met als grondslag een bewijsklacht over het opzettelijk aanwezig hebben van de drugs.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee bevestigde de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof en verwierp het beroep van de verdachte. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 11 juni 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van een opzettelijke overtreding van de Opiumwet.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/04528
Datum11 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 7 september 2017, nummer 21/003697-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juni 2019.