Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:851

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2019
Publicatiedatum
4 juni 2019
Zaaknummer
18/00635
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 79 lid 1 onder b RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bevoegdheid curatoren in Zuid-Afrikaans faillissement en toepassing vreemd recht op Stichting particulier fonds

In deze zaak stond centraal de bevoegdheid van curatoren in een Zuid-Afrikaans faillissement ten aanzien van een Stichting particulier fonds (SPF) naar het recht van Curaçao. Corporate Agents c.s. hadden cassatieberoep ingesteld tegen een eerder arrest van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, waarin de bevoegdheid van de curatoren werd bevestigd.

De Hoge Raad verwees naar eerdere uitspraken van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, waarin onder meer de aard en overdraagbaarheid van oprichtersrechten bij de SPF werden behandeld. Tevens speelde de toepassing van vreemd recht (art. 79 lid 1 onder Pro b RO) een belangrijke rol, evenals kwesties rond onrechtmatige daad, misbruik van identiteitsverschil en het onttrekken van vermogen van de ultimate beneficial owner (UBO) aan verhaal.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep kwam daardoor niet aan de orde. Corporate Agents c.s. werden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Deze uitspraak bevestigt de bevoegdheid van curatoren in het faillissement en de toepassing van het recht van Curaçao op de SPF, waarbij ook het vervreemdingsverbod, het recht op inzage in administratie en het vervangen van het bestuur aan de orde kwamen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Corporate Agents c.s. wordt verworpen en de bevoegdheid van curatoren in het Zuid-Afrikaans faillissement wordt bevestigd.

Uitspraak

7 juni 2019
Eerste Kamer
18/00635
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. CORPORATE AGENTS N.V.,
gevestigd in Curaçao,
2. COVENANT MANAGERS N.V.,
gevestigd in Curaçao,
VERZOEKSTERS tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. J.A.M.A. Sluysmans en mr. R.T. Wiegerink,
t e g e n
1. Gavin Cecil GAINSFORD,
kantoorhoudende te Johannesburg,
Zuid-Afrika,
2. Mario Paul WALTERS,
kantoorhoudende te Kaapstad,
Zuid-Afrika,
in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] ,
VERWEERDERS in cassatie, verzoekers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. Chr.F. Kroes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Corporate Agents c.s. en de Curatoren.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak AR KG 82461/2017 van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao van 5 mei 2017;
b. het vonnis in de zaak KG 82461/17 - H 42/17 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 december 2017.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof hebben Corporate Agents c.s. beroep in cassatie ingesteld. De Curatoren hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Corporate Agents c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Corporate Agents c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Curatoren begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
7 juni 2019.