ECLI:NL:HR:2019:765

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2019
Publicatiedatum
20 mei 2019
Zaaknummer
17/05049
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor diefstal kentekenplaten

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor diefstal van kentekenplaten. De diefstal vond plaats tussen 19.30 en 00.45 uur, waarbij de kentekenplaten bevestigd waren op en in een auto. Verdachte werd om 00.45 uur aangetroffen met de kentekenplaten.

In cassatie werd betoogd dat het bewijs onvoldoende was, maar de Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden. Er was toereikend bewijs dat verdachte de diefstal had gepleegd. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 21 mei 2019. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor diefstal van kentekenplaten blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/05049
Datum21 mei 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 oktober 2017, nummer 20/000753-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 mei 2019.