Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
14 mei 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 maart 2018, waarin hij is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij drie moorden: de moord op een persoon in het natuurgebied Dwingelderveld en de moord op een echtpaar uit Exloo door wurging.
Verdachte stelde onder meer dat de levenslange gevangenisstraf niet verenigbaar zou zijn met artikel 3 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en voerde diverse andere middelen aan met betrekking tot de strafmotivering en de afwijzing van vorderingen door het hof, waaronder vorderingen van benadeelde partijen voor reiskosten en immateriële schade.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, waarmee de levenslange gevangenisstraf ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de levenslange gevangenisstraf voor verdachte.