Uitspraak
gevestigd te Palo Alto, Californië,
Verenigde Staten van Amerika,
gevestigd te Nederhorst den Berg,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
- i) HP is een wereldwijd opererend IT-bedrijf dat hardware, software en IT-services levert aan consumenten, het bedrijfsleven en de overheid. De rechtsvoorgangster van HP is Hewlett-Packard Development Corporation (hierna: HPDC).
- ii) HP roept in deze procedure Europees octrooi EP 2 170 617 (hierna: EP 617 of het octrooi) in tegen Digital Revolution. EP 617 is getiteld ‘non-volatile memory data integrity validation’ en is op 8 februari 2012 voor – onder meer – Nederland verleend aan HPDC op grond van de internationale aanvraag PCT/US2008/070890, die aanspraak maakt op prioriteit van de Amerikaanse aanvraag US 881543 van 27 juli 2007. Op 5 november 2014 is het octrooi op naam gesteld van HP.
- iii) Het octrooi bevat in de laatste aanpassing van het octrooischrift, de B9-versie, gedateerd 21 januari 2015, voortbrengselconclusies (1 tot en met 6, 13 en 14) en werkwijzeconclusies (7 tot en met 12). Volgens de – onbestreden – Nederlandse vertaling luiden de (hoofd-)conclusies 1 en 7 van het octrooi als volgt:
- v) Het octrooi heeft betrekking op een cartridge voor een printer, waarbij de cartridge is voorzien van een geheugeneenheid (ook wel aangeduid als geheugenelement). De printer stuurt gegevens die betrekking hebben op de cartridge naar de geheugeneenheid, zoals bijvoorbeeld de hoeveelheid inkt die op enig moment nog in de cartridge zit. Deze gegevens worden daar opgeslagen en kunnen later weer door de printer worden opgevraagd. De uitvinding volgens het octrooi heeft betrekking op het valideren van de juistheid van de in het geheugen van de cartridge opgeslagen gegevens. Er bestaan verschillende methoden om te bepalen of de opgeslagen gegevens correct zijn, zoals het toepassen van een foutdetectiecode.
- vi) Het geheugen van de cartridge volgens de uitvinding kan op bepaalde aangewezen delen bepaalde informatie ontvangen en opslaan waarbij de printer de locatie (het adres) van deze gegevens in het geheugen kent. Een deel van het geheugen volgens de uitvinding betreft een opslagdeel (‘
- vii) Volgens de uitvinding hebben beide validatievelden betrekking op hetzelfde opslagdeel, zodat te allen tijde de foutdetectiecode in een validatieveld betrekking kan hebben op de huidige gegevens in het opslagdeel terwijl het andere validatieveld beschikbaar is voor het schrijven van een nieuwe foutdetectiecode die betrekking heeft op toekomstige (nieuwe) gegevens in datzelfde opslagdeel. Daardoor kan worden bepaald of de gegevens correct zijn, ofwel aan de hand van de foutdetectiecode in het ene validatieveld ofwel aan de hand van de foutdetectiecode in het andere validatieveld (behoudens in die gevallen waarin er meerdere fouten zijn die gezamenlijk ertoe leiden dat de fout niet herkend wordt). Schematisch weergegeven:
template) genoemd. De printer kan aan de hand van dat protocol het geheugen uitlezen, dus betekenis geven aan de ‘0’-en en ‘1’-en in een bepaald veld.
characterized in that:
‘means plus function’op het gebied van gegevensverwerking en computerprogramma’s en (ii) dat voor de beoordeling van de nieuwheid van de daarin geclaimde geheugeneenheid de door het hof in de rov. 4.4 en 4.5 geformuleerde uitlegmaatstaf geldt. Deze maatstaf is ontleend aan de
Guidelines for Examination in the European Patent Officeen de rechtspraak van de Technische Kamers van Beroep (TKB) van het Europees Octrooibureau (EOB). De maatstaf houdt in dat functionele kenmerken in een productconclusie moeten worden opgevat als een impliciete definitie van die structurele kenmerken die nodig zijn om een bepaald effect te krijgen indien het product wordt gebruikt volgens de leer van de octrooiconclusie. Conclusies van het type ‘
means plus function’ op het gebied van gegevensverwerking en computerprogramma’s moeten daarbij zo worden uitgelegd dat de geclaimde gegevensdrager/computer ‘aangepast’ (‘
adapted for’) moet zijn – en niet alleen ‘geschikt’ – om de relevante stappen en functies uit te voeren (zie o.a. de door het hof in rov. 4.5 aangehaalde uitspraak van de TKB in zaak T 0096/12, ECLI:EP:BA:2015:T009612.20151125 (Terumo)). Een uit de stand van de techniek bekende gegevensdrager/computer is nieuwheidsschadelijk als deze is ‘aangepast’ – dat wil zeggen: geconfigureerd, zie rov. 4.6 van het bestreden arrest – om de geclaimde functie uit te voeren.
Family ID(om de compatibiliteit met de printer vast te stellen) en een specifieke
Template Version(aan de hand waarvan de controller van de printer kan vaststellen hoe het geheugen van de cartridge is ingericht, in het bijzonder welke soort informatie zich in het geheugen bevindt en waar in het geheugen dit is opgeslagen, waarbij ten aanzien van de validatievelden is bepaald dat deze in de laatste twee velden van het geheugen staan) voor het functioneren van het printersysteem in de praktijk van groot belang zijn, maar dient deze omstandigheid bij de uitleg van conclusie 1 en de beoordeling van de nieuwheid daarvan in het licht van Paulsen buiten beschouwing te blijven (rov. 4.8). Volgens het hof moet worden beoordeeld of de geheugeneenheid bekend uit Paulsen alle – door de functionele kenmerken geïmpliceerde – structurele kenmerken openbaart die, indien gebruikt volgens de leer van conclusie 1, nodig zijn om de daarin beschreven werkwijze voor de validatie van gegevens uit te voeren, ervan uitgaand dat de printer is voorzien van software, althans een
template, die communicatie tussen printer en cartridge-geheugen mogelijk maakt. Daarom moeten alle door HP genoemde redenen waarom de Paulsen geheugenkaart niet zou werken in een ‘printer volgens het octrooi’ die worden veroorzaakt door gebrek aan compatibiliteit met de software (
template) van de printer, in het bijzonder omdat die niet bekend is met de specifieke indeling en volgorde van de op de Paulsen geheugeneenheid vastgelegde velden, buiten beschouwing blijven (rov. 4.9). In deze vaststellingen en oordelen, die door het middel niet worden bestreden, ligt besloten dat voor het kunnen uitvoeren van de in conclusie 1 (en conclusie 7) onder bescherming gestelde werkwijze door een volgens conclusie 1 geconfigureerde geheugeneenheid, nodig is dat de printer is voorzien van software, althans een
template, die communicatie tussen printer en cartridge-geheugen mogelijk maakt (welke software of
templatebuiten de beschermingsomvang van het octrooi valt).
template, die communicatie tussen printer en cartridge-geheugen mogelijk maakt. Daaruit volgt tevens dat niet relevant is dat Paulsen zelf een andere werkwijze openbaart.
(zie mva 18.1 en pleitnota Digital Revolution 11.1.2 onder (a)) en dat het derde hulpverzoek daarom niet aan de duidelijkheidseis van art. 84 EOV Pro voldoet (mva 17.3.1 en 17.3.2). Het onderdeel doet geen beroep op stellingen waarin wordt toegelicht waarom het geladen zijn van de geheugeneenheid met een foutdetectiecode die betrekking heeft op gegevens die (vanwege het gebruik van de printer) alweer uit het opslagdeel zijn verdwenen een ‘aanpassing’ (andere configuratie) van de geheugeneenheid vereist, zoals nodig is om conclusie 1 geldigheid te verschaffen (zie hiervoor in 3.3.3). Bij het ontbreken van zodanige toelichting is ook zonder nadere motivering voldoende begrijpelijk dat het hof het bedoelde verweer heeft gehonoreerd.
4.Beslissing
19 april 2019.