Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
wonende te Velp,
wonende te Brummen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 april 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van de curator in het faillissement van Imogène B.V. centraal, waarbij eiseres, voorheen A B.V., schadevergoeding vorderde wegens een vermeende onrechtmatige daad. De procedure kende een lange voorgeschiedenis met meerdere vonnissen en arresten in lagere instanties, waaronder de rechtbank Arnhem en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Eiseres stelde dat de curator aansprakelijk was voor het verlies van een kans en betwistte de waardering van de schade en het causale verband. Het gerechtshof had echter haar vorderingen afgewezen in arresten van 2014, 2015 en 2017. Tegen deze arresten stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Het arrest werd uitgesproken door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad en bevestigt de eerdere rechtspraak omtrent de aansprakelijkheid van curatoren in faillissementen en de waardering van schade bij verlies van een kans.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.