In deze zaak betrof het beroep in cassatie een geschil over beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de aanslagen onroerendezaakbelastingen van de gemeente Bergen op Zoom voor de jaren 2015 en 2016 betreffende een onroerende zaak.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de raadsheren J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2019.