ECLI:NL:HR:2019:313

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 maart 2019
Publicatiedatum
6 maart 2019
Zaaknummer
18/00959
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:653 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie tegen schorsing concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst bepaalde tijd

In deze zaak stond de vraag centraal of een concurrentie- en relatiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan worden geschorst. Fromatech Ingredients B.V. had tegen de werknemer een kort geding aangespannen waarin het concurrentiebeding werd geschorst. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigde deze schorsing in het arrest van 9 januari 2018.

Fromatech stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij zij betoogde dat het concurrentiebeding noodzakelijk was en dat de zwaarwegende bedrijfsbelangen niet voldoende waren aangetoond. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van Fromatech niet tot cassatie konden leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof en veroordeelde Fromatech in de kosten van het cassatiegeding.

Deze uitspraak bevestigt de strenge toetsing aan de noodzaak van concurrentiebedingen in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en benadrukt de stelplicht en bewijslast van de werkgever ten aanzien van zwaarwegende bedrijfsbelangen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de schorsing van het concurrentiebeding.

Uitspraak

8 maart 2019
Eerste Kamer
18/00959
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
FROMATECH INGREDIENTS B.V.,
gevestigd te Sittard,
gemeente Sittard-Geleen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. T. Dohmen,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Fromatech en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in kort geding in de zaak 6153170\CV EXPL 17-5909 van de kantonrechter te Roermond van 30 augustus 2017;
b. het arrest in de zaak 200.224.059/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 januari 2018.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Fromatech beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor Fromatech toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Fromatech heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Fromatech in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
8 maart 2019.