Uitspraak
wonende te [woonplaats] , Maleisië,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 februari 2019.
Hoge Raad
Partijen zijn in 1995 in gemeenschap van goederen gehuwd. De man beëindigde in 2015 zijn dienstverband bij T-Systems Nederland B.V. en ontving een ontslagvergoeding die deels bedoeld was als inkomenssuppletie na beëindiging van het dienstverband. De echtscheiding werd uitgesproken en ingeschreven in 2016.
De rechtbank had de verdeling van de huwelijksgemeenschap gelast, waarbij het hof een deel van de ontslagvergoeding toerekende aan de vrouw. Het hof oordeelde dat slechts een netto maandsalaris aan de man verknocht was, en de rest verdeeld moest worden.
De Hoge Raad oordeelt dat een ontslagvergoeding die strekt tot vervanging van inkomen na ontbinding van de huwelijksgemeenschap niet tot de gemeenschap behoort. De man had onweersproken gesteld dat de vergoeding de periode na ontbinding betrof. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst het verzoek van de vrouw af.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van art. 1:94 lid 3 BW Pro en bevestigt dat dergelijke aanspraken buiten de huwelijksgemeenschap vallen indien zij inkomen na ontbinding vervangen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst het verzoek van de vrouw af voor het deel van de ontslagvergoeding dat inkomen na ontbinding van de huwelijksgemeenschap vervangt.