ECLI:NL:HR:2019:206

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2019
Publicatiedatum
8 februari 2019
Zaaknummer
18/01172
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 810a lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in geschil over gezag en omgangsregeling na verwijzing

In deze zaak stond een geschil over gezag en omgangsregeling centraal, voortvloeiend uit een eerdere verwijzing door de Hoge Raad in 2016. De man, verzoeker tot cassatie, stelde dat het hof ten onrechte het verzoek om deskundigenonderzoek niet had ingewilligd. De vrouw en de gecertificeerde instelling, belanghebbende in cassatie, verschenen niet in de procedure. De Hoge Raad verwees naar eerdere uitspraken en het vonnis van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van december 2017.

Het cassatieberoep richtte zich op motiveringsklachten en de vraag of het hof had moeten overgaan tot het bevelen van deskundigenonderzoek. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, aangezien de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep van de man af en bevestigde daarmee de beschikking van het hof. Hiermee blijft de eerdere beslissing over gezag en omgangsregeling ongewijzigd, en is het verzoek om deskundigenonderzoek niet toegewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.

Uitspraak

8 februari 2019
Eerste Kamer
18/01172
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
1. [de vrouw],
wonende op een geheim adres,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen,
2. De gecertificeerde instelling,
SAMEN VEILIG JEUGDBESCHERMING BRABANT,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man, de vrouw en de GI.

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn beschikking in de zaak 15/05396, ECLI:NL:HR:2016:1510 van 8 juli 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.195.684 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw en de GI hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
8 februari 2019.