ECLI:NL:HR:2019:2032

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2019
Publicatiedatum
19 december 2019
Zaaknummer
18/04747
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:23 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op dwaling bij koopovereenkomst wegens niet tijdig klagen

In deze zaak stond centraal of eiser binnen een bekwame termijn heeft geklaagd over dwaling bij een koopovereenkomst, zoals vereist op grond van artikel 7:23 BW Pro. Eiser stelde dat hij recht had op vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling, maar het hof had dit beroep afgewezen omdat niet tijdig was geklaagd.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen en bevestigd dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Den Haag en het arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin de feiten en het procesverloop uitvoerig zijn beschreven.

De Hoge Raad oordeelde dat het beroep op dwaling niet slaagt omdat eiser niet binnen de bekwame termijn heeft geklaagd, zoals vereist door artikel 7:23 BW Pro. De Hoge Raad zag geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, inclusief verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig betaald.

Het arrest is gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, Tanja-van den Broek, Lock en in het openbaar uitgesproken door du Perron.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen wegens niet tijdig klagen over dwaling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/04747
Datum20 december 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
[verweerster] B.V.,
handelende onder de naam [verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 1230191 RL EXPL 13-11378 van de rechtbank Den Haag van 18 september 2013, 15 januari 2014, 5 januari 2016 en 4 oktober 2016;
het arrest in de zaak 200.207.879/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 augustus 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 865,34,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
20 december 2019.