Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 december 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of eiser binnen een bekwame termijn heeft geklaagd over dwaling bij een koopovereenkomst, zoals vereist op grond van artikel 7:23 BW Pro. Eiser stelde dat hij recht had op vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling, maar het hof had dit beroep afgewezen omdat niet tijdig was geklaagd.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen en bevestigd dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Den Haag en het arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin de feiten en het procesverloop uitvoerig zijn beschreven.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep op dwaling niet slaagt omdat eiser niet binnen de bekwame termijn heeft geklaagd, zoals vereist door artikel 7:23 BW Pro. De Hoge Raad zag geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, inclusief verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig betaald.
Het arrest is gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, Tanja-van den Broek, Lock en in het openbaar uitgesproken door du Perron.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen wegens niet tijdig klagen over dwaling.