ECLI:NL:HR:2019:1999
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake loonbelasting naheffingsaanslagen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2007, 2008 en 2009, alsmede de daarbij gegeven boetebeschikkingen en heffingsrentebeschikkingen.
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had deze aanslagen en beschikkingen bevestigd. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere middelen werden voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, en belanghebbende een conclusie van repliek.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee bleef de uitspraak van het Gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.