ECLI:NL:HR:2019:1994
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch dat het hoger beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2005, 2006, 2007 en 2009 en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en de raadsheren P.M.F. van Loon en E.F. Faase, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.