Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
[F] , [G] , [H] en [J] .
Te dezer zitting zijn de zaken met de kenmerken 17/00434 tot en met 17/00454 gezamenlijk doch niet gevoegd behandeld.
2.Feiten
2.1 Aanleiding van het onderzoek
€ 20.800,00
€ 3.078,70
€ 20.800,00 (D-022/D-026)
Bewijsoverweging.
- niet alle inkopen werden in de administratie verwerkt;
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
“IB 2009 van [belanghebbende] en [L] : door mij bezwaar gemaakt op 26-10-2015 (het is mij verwijtbaar dat deze bezwaren niet tijdig zijn ingediend.(…)”.Het bezwaar is in de uitspraak op bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, zodat het beroep tegen die uitspraak op bezwaar ongegrond is.”
Voorts is in de administratie van belanghebbende een overzicht aangetroffen, waarop een betaling van € 3.000 aan [O] staat vermeld met als datum “23-2-2007”. In de “zwarte” boekhouding die [O] bijhield, komt deze betaling ook voor.
Ook zijn er facturen respectievelijk leveringsbonnen aangetroffen in de administratie van belanghebbende ( vof [K] ) waarop penaantekeningen staan vermeld over betalingen (zie de documenten uit het strafrechtelijk dossier, nummers D-029A, D-030 t/m D-032), die overigens niet overeenkomen met het op de factuur of leveringsbon vermelde bedrag, maar wel zijn terug te vinden in het Excel-bestand met de “zwarte” verkopen bij [O] .
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond;
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank, en
gelastdat de griffier aan belanghebbende het door hem ter zake van de behandeling van het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht van € 124 vergoedt.