ECLI:NL:HR:2019:1936

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2019
Publicatiedatum
10 december 2019
Zaaknummer
19/04022
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROBopz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake voorlopige machtiging op grond van artikel 81 lid 1 RO

In deze zaak heeft betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Limburg van 27 mei 2019 betreffende een voorlopige machtiging op grond van de Bopz. De rechtbank had de voorlopige machtiging verleend, waarbij onder meer het horen van een psychiater aan de orde was. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft het middel inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was nadere motivering niet vereist omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep derhalve verworpen. De beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens (voorzitter), M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.J. Kroeze op 13 december 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank Limburg inzake voorlopige machtiging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/04022
Datum13 december 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
verblijvende te [verblijfplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT LIMBURG,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/03/263624/ BZ RK 19/792 van de rechtbank Limburg van 27 mei 2019.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
13 december 2019.