ECLI:NL:HR:2019:1824
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslagen 2011-2013
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 februari 2019, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2011, 2012 en 2013 heeft behandeld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend, maar deze is te laat ingediend en wordt door de Hoge Raad niet in behandeling genomen.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van belanghebbende niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Het arrest is op 22 november 2019 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.