Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 november 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 januari 2018, waarin het hof een beslissing nam over de onttrekking aan het verkeer van een auto. Verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken, maar het hof heeft een beslissing genomen die neerkomt op een doorgeleiding van het ingestelde beroep, ook wel conversie genoemd.
De advocaat van verdachte heeft namens hem een middel van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd, maar de Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden.
De Hoge Raad stelt dat het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling en daarom geen nadere motivering behoeft. Het beroep wordt dan ook verworpen, waarmee de beslissing van het hof in stand blijft.
Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Buruma en Röttgering, en is op 26 november 2019 uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.