ECLI:NL:HR:2019:1769

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 november 2019
Publicatiedatum
13 november 2019
Zaaknummer
19/02055
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak Participatiewet

Belanghebbenden hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam op grond van de Participatiewet.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat de belanghebbende onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten opgelegd.

De uitspraak is gedaan door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 15 november 2019.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Datum15 november 2019
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbenden)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 maart 2019, nrs. 17/2958 PW en 17/2965 PW, betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam ingevolge de Participatiewet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de belanghebbende die het beroep in cassatie heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep in cassatie of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2019.