ECLI:NL:HR:2019:1501
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake belastingaanslagen 2015 en 2016
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hoger beroep tegen de belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2015 en 2016 was behandeld.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk was. Uit de beoordeling bleek dat belanghebbende onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of dat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan kans van slagen.