ECLI:NL:HR:2019:1461

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2019
Publicatiedatum
30 september 2019
Zaaknummer
18/02408
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen. Het voordeel betrof opbrengsten uit hennepteelt in een woning, waarbij het verweer werd gevoerd dat in een tweede ruimte van de woning niet eerder was geoogst.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Er is geen aanleiding tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt derhalve verworpen.

De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (RO) en sluit aan bij een samenhangende zaak onder nummer 18/02409. De Hoge Raad handhaaft hiermee het oordeel van het gerechtshof en de opgelegde maatregel van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/02408
Datum8 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 mei 2018, nummer 20/002964-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 oktober 2019.