Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
8 oktober 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen. Het voordeel betrof opbrengsten uit hennepteelt in een woning, waarbij het verweer werd gevoerd dat in een tweede ruimte van de woning niet eerder was geoogst.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Er is geen aanleiding tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt derhalve verworpen.
De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (RO) en sluit aan bij een samenhangende zaak onder nummer 18/02409. De Hoge Raad handhaaft hiermee het oordeel van het gerechtshof en de opgelegde maatregel van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt gehandhaafd.