Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
1 oktober 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte is bewezenverklaard dat hij op 6 november 2015 te Utrecht aan het slachtoffer opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door met een scherp voorwerp, een sleutel, in het gezicht te snijden. Het slachtoffer liep een blijvend litteken op.
Het hof baseerde de bewezenverklaring onder meer op de aangifte van het slachtoffer en de verklaring van verdachte waarin hij toegaf sleutels in zijn handen te hebben gehad. Het hof achtte dit voldoende redengevend om het scherpe voorwerp als sleutel aan te merken. De Hoge Raad oordeelde dat het onderdeel van de verklaring "die was ik vergeten" niet doorslaggevend is, maar dat dit gelet op de gehele bewijsvoering geen gebrek aan motivering oplevert.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de bewezenverklaring en de strafoplegging zoals door het hof vastgesteld. De zaak wordt niet terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt bewezenverklaring zware mishandeling met sleutel en blijvend letsel.