Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 september 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een bedreiging met zware mishandeling van een politieagent tijdens het evenement Velperdonderdag te Velp op 5 augustus 2016. Verdachte bedreigde een verbalisant met woorden die verwezen naar eerdere gewelddadige incidenten tijdens voorgaande Velperdonderdagen. Het hof had verdachte veroordeeld op basis van verklaringen van verbalisanten en de context van eerdere incidenten.
De verdediging voerde aan dat het opzet van verdachte ontbrak, omdat niet vaststaat dat verdachte de bedreiging met de bedoeling heeft geuit dat de verbalisant in redelijkheid vrees zou krijgen voor zwaar lichamelijk letsel. De Hoge Raad herhaalt de criteria voor opzet bij bedreiging met zware mishandeling en oordeelt dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte dit opzet had.
De enkele verklaring van verdachte dat hij wist dat er in het verleden op Velperdonderdagen incidenten waren geweest, is onvoldoende om het vereiste opzet te motiveren. Daarom is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting door het hof.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs opzet bedreiging en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.