ECLI:NL:HR:2019:1380
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting en boetebeschikking 2011
Belanghebbende, woonachtig te Portugal, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 1 november 2018. Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting en de daarbij opgelegde boetebeschikking over het jaar 2011.
In cassatie werden drie middelen voorgesteld door belanghebbende, die door de Staatssecretaris van Financiën werden weersproken. Na behandeling concludeerde de Hoge Raad dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer Wortel als voorzitter, met raadsheren Fierstra en Beukers-van Dooren, en de waarnemend griffier Treuren op 20 september 2019.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het arrest van het hof.