ECLI:NL:HR:2019:1330
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting en bijbehorende boetes en heffingsrente over de jaren 2011 tot en met 2014.
Tijdens de procedure deed belanghebbende een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk verzocht om een verklaring omtrent afwezigheid van vermogen en om betaling van het griffierecht binnen gestelde termijnen. Ondanks ontvangstbevestigingen van deze brieven heeft belanghebbende niet voldaan aan deze verzoeken.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb. Er is geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. Het reeds betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.