ECLI:NL:HR:2019:1306

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2019
Publicatiedatum
6 september 2019
Zaaknummer
17/05519
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225.1 SrArt. 69 AWRArt. 420ter SrArt. 140.1 SrArt. 315 Sv
Verwijzingen
10 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet-beslissen op verzoek tot getuigenverhoor in BTW-fraudezaak

In deze strafzaak gaat het om ernstige BTW-fraude door fictieve leveringen van onder meer pannensets aan afnemers in Spanje en Italië, waarbij de verdachte feitelijke leiding zou hebben gegeven aan het vals opmaken van facturen en vervoersbescheiden, het opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting, medeplegen van gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie.

Tijdens het hoger beroep heeft de verdediging bij pleitnotities een voorwaardelijk verzoek ingediend tot het horen van een groot aantal getuigen, waaronder vier nieuwe getuigen. Het hof heeft echter nagelaten om op dit verzoek te beslissen, terwijl dit op grond van de toepasselijke wetsartikelen uitdrukkelijk vereist was.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor hernieuwde berechting, omdat het niet beslissen op het verzoek een vormverzuim inhoudt dat nietigheid tot gevolg heeft.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden. De zaak wordt terugverwezen zodat het hof opnieuw kan oordelen, waarbij het verzoek tot getuigenverhoor alsnog moet worden behandeld.

Deze uitspraak onderstreept het belang van een volledige en zorgvuldige behandeling van bewijsverzoeken in strafprocedures, zeker in complexe fraudezaken met meerdere strafbare feiten en betrokken partijen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting vanwege het niet beslissen op het verzoek tot het horen van getuigen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/05519
Datum10 september 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 juni 2017, nummer 21/005201-12, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben A.B. Vissers en F.P. Slewe, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof Arnhem-Leeuwarden teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
De raadsvrouwe A.B. Vissers heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het tweede middel

2.1
Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een ter terechtzitting in hoger beroep van 4 november 2016 bij pleitnotities ‘vormverzuimen/nader onderzoek’ met referentienummer 16-00032609 (hierna: pleitnotities) door de verdediging gedaan voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 7 tot en met 15 is het middel terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 september 2019.