ECLI:NL:HR:2019:1262

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juli 2019
Publicatiedatum
18 juli 2019
Zaaknummer
18/05119
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak 2013

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2013. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep en concludeerde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit was omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad baseerde zijn oordeel op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019 door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.

Deze uitspraak betekent dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk werd verklaard, waardoor de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft. De zaak betreft een belastingrechtelijk geschil over de aanslag inkomstenbelasting 2013.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer18/05119
Datum19 juli 2019
ARREST
In de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 oktober 2018, nr. 18/00475, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, nr. LEE 17/3610 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019.