ECLI:NL:HR:2019:1254
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende, woonachtig in België, maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1996. Na eerdere procedures werd de zaak door de Hoge Raad verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Het Hof handhaafde de aanslag, waarna belanghebbende opnieuw in cassatie ging.
De Hoge Raad beoordeelde de ingediende middelen en verwierp deze op dezelfde gronden als in een gelijktijdig arrest met betrekking tot het Belastingverdrag Nederland-België van 1970 en 2001. De Hoge Raad vond geen aanleiding om het oordeel van het Hof te vernietigen.
De Hoge Raad zag geen reden om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de navorderingsaanslag over 1996 ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag over 1996 blijft gehandhaafd.