Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
29 januari 2019.
Hoge Raad
Verdachte werd door het hof veroordeeld voor opzetheling van een drone met toebehoren die op 26 juni 2016 uit een auto was gestolen. Het hof stelde vast dat de drone op 27 juni 2016 op Marktplaats werd aangeboden en dat verdachte deze op 29 juni 2016 in een park aan de benadeelde overhandigde.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij de drone slechts aan een vriend had overgedragen zonder te weten dat het gestolen was. Het hof oordeelde deze verklaring niet aannemelijk omdat verdachte geen concrete gegevens over deze vriend kon overleggen en tijdens het politieverhoor hierover zweeg.
De Hoge Raad concludeert dat het hof de bewezenverklaring voldoende heeft gemotiveerd en dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte wist dat de drone een door misdrijf verkregen goed betrof ten tijde van het voorhanden krijgen. Het cassatieberoep wordt verworpen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verdachte wist dat de drone met toebehoren een door misdrijf verkregen goed was.