Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
Dit oordeel is van feitelijke aard en is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het middel faalt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende betwistte de waardering van een kantoorgebouw in Groningen voor de jaren 2012 en 2013, waarbij het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de hoofdregel uit het Pieperschuurarrest niet van toepassing was omdat het gebouw niet uitsluitend met winstoogmerk werd geëxploiteerd en mede een sociaaleconomische bijdrage had.
Het Hof stelde de gecorrigeerde vervangingswaarde zelfstandig vast op respectievelijk € 80.000.000 en € 90.000.000, hoger dan de marktwaarde. De Hoge Raad bevestigde dat artikel 17, lid 3, Wet WOZ bepaalt dat de waarde moet worden gesteld op de gecorrigeerde vervangingswaarde indien deze hoger is dan de marktwaarde, ongeacht of het object courant is of commercieel wordt gebruikt.
De Hoge Raad verwierp de middelen van belanghebbende, waaronder het argument dat de hoofdregel uit het Pieperschuurarrest ook voor courante objecten geldt ongeacht commerciële exploitatie. Ook de motiveringsklachten faalden. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de waardering op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde wordt bevestigd.