ECLI:NL:HR:2019:1194
Hoge Raad
- Herziening
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening belastingarrest niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om herziening van een arrest van 21 december 2018. Voor het indienen van dit verzoek is griffierecht verschuldigd. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht en overhandigde bewijsstukken over ontvangen AOW-uitkeringen. Dit beroep werd echter afgewezen omdat niet aan de criteria voor betalingsonmacht was voldaan.
De griffier stelde belanghebbende vervolgens bij aangetekende brief in kennis van de verschuldigdheid van het griffierecht en gaf een betalingstermijn van vier weken. Belanghebbende vroeg uitstel van betaling, maar dit verzoek werd eveneens afgewezen. Het griffierecht werd niet voldaan.
Na een laatste gelegenheid om te reageren op het niet tijdig betalen, oordeelde de Hoge Raad dat belanghebbende in verzuim was. Op grond van de Awb-artikelen 8:41 lid 6 en 8:119 lid 2 werd het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.