ECLI:NL:HR:2019:1184

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2019
Publicatiedatum
11 juli 2019
Zaaknummer
18/02956
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto's en motorrijwielen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 1 juni 2018. Dit arrest betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag inzake de door belanghebbende op aangifte betaalde bedragen aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.

De Hoge Raad ontving twee middelen van belanghebbende, waarop de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift indiende. De Advocaat-Generaal concludeerde op 22 maart 2019 tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. Zowel de Staatssecretaris als belanghebbende reageerden schriftelijk op deze conclusie.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen faalden op dezelfde gronden als in een gelijktijdig arrest (nummer 18/02955) tussen dezelfde partijen. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.

Daarmee verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde het arrest van het Gerechtshof Den Haag. Dit arrest werd op 12 juli 2019 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is door de Hoge Raad ongegrond verklaard.

Uitspraak

12 juli 2019
Nr. 18/02956
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 1 juni 2018, nrs. BK‑18/00285 t/m BK-18/00299, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 17/4660 tot en met SGR 17/4663, SGR 17/4666, SGR 17/4668 en SGR 17/4670 tot en met SGR 17/4678) betreffende de door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 22 maart 2019 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2019:276).
Zowel de Staatssecretaris als belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/02955, tussen dezelfde partijen.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2019.