Uitspraak
zetelende te Den Helder,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 juli 2019.
Hoge Raad
De gemeente Den Helder stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin een geschil over een Europese aanbesteding centraal stond. De gemeente klaagde dat de inschrijver aan wie de opdracht was gegund niet voldeed aan de gestelde inschrijvingseisen, met name over de vraag of een gelijkwaardig certificaat of ander bewijs als bedoeld in de relevante Europese en nationale aanbestedingsregels toereikend was.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen van de rechtbank Alkmaar en oordeelt dat de klachten van de gemeente niet leiden tot cassatie. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling nopen, zoals vereist in artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van de gemeente en veroordeelt haar tot betaling van de proceskosten. Tevens behandelt de Hoge Raad vragen over de status van de Aanbestedingsreglement Werken 2005 als 'recht' in de zin van artikel 79 RO Pro en de mogelijkheid van een partner in een combinatie om pro se een schadevordering in te stellen, maar deze worden niet inhoudelijk beslist in dit arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Den Helder wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.