ECLI:NL:HR:2019:109

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2019
Publicatiedatum
24 januari 2019
Zaaknummer
17/04063
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatieberoep na intrekking middel

De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 2006. Namens verdachte diende advocaat R.P. Snorn een middel van cassatie in, maar trok dit middel bij brief van 6 februari 2018 in. De Advocaat-Generaal concludeerde daarop dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep.

De Hoge Raad overwoog dat nu het middel is ingetrokken, de verdachte niet kan worden ontvangen in het beroep, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2001:AD4299). Op 29 januari 2019 verklaarde de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.

Het arrest werd gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in aanwezigheid van de waarnemend griffier H.J.S. Kea. De uitspraak vond plaats tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens intrekking van het middel.

Uitspraak

29 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/04063
IV/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 31 augustus 2006, nummer 22/005683-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. Bij brief van 6 februari 2018 heeft de raadsman het middel ingetrokken.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu het middel is ingetrokken, kan de verdachte in het beroep niet worden ontvangen (vgl. HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4299).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 januari 2019.